Nieuws

Bijna 1 op de 5 flexwerker heeft voorkeur flexibel werk

22-05-2016

Bijna 17 procent van de werknemers van 25 jaar of ouder had in 2015 een flexibele arbeidsrelatie. Voor de meesten van hen is dat uit noodzaak: zij zijn nieuw bij hun huidige werkgever of hebben geen vaste baan kunnen vinden. Bijna 20 procent van alle flexwerkers geeft aan behoefte te hebben aan flexibiliteit of zegt geen behoefte te hebben aan zekerheid. Vergeleken met andere werknemers is deze groep vaker tevreden met hun werk en melden ze minder vaak burn-outklachten. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2015 van TNO en CBS en de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van CBS.

BEHOEFTE AAN FLEXWERK MET NAME ONDER PARTTIMERS

Flexwerken uit behoefte komt vooral voor onder oproep- en invalkrachten. Dit zijn werknemers die geen vaste uren werken; zij werken ook veelal in deeltijd. Van alle flexibele werknemers met een kleine parttime baan (werkweek van minder dan 20 uur) geeft ruim 40 procent aan behoefte te hebben aan een flexibel contract. Van de flexwerkers met een fulltime werkweek is dat 7 procent.

Van de werknemers met een flexibele aanstelling hebben mannen vaker behoefte aan flexibel werk dan vrouwen: 22 tegenover 15 procent. Daarnaast geven oudere werknemers vaker aan flexibel werk te wensen. Onder 55- tot 65-jarigen geeft 29 procent van de flexwerkers aan flexibel te werken omdat men dat wil, terwijl dit voor 87 procent van de flexwerkers boven de 65 jaar het geval is.

© Bureau Kooimeer